fles

Niet altijd is het mogelijk om de baby elke voeding aan de borst te geven. Soms gaat het om een occasionele voeding uit de fles, soms worden regelmatig in de opvang flessen gegeven omdat de moeder buitenshuis gaat werken en soms krijgt een baby alle melk uit de fles omdat hij het drinken aan de borst nooit geleerd heeft of omdat aanleggen door omstandigheden niet meer mogelijk is. Wat de reden ook mag zijn, het is zinvol om na te gaan hoeveel melk je baby eigenlijk nodig heeft. In dit artikel kom je te weten hoe je de hoeveelheid melk voor je baby kan berekenen. Het hangt af van het gewicht en de leeftijd van je baby alsook van het aantal voedingen per 24 uur. Verder vind je in het artikel tips hoe je ervoor kunt zorgen dat je baby niet te snel te veel melk uit de fles gaat drinken. Dit is belangrijk omdat iets vaker een kleinere voeding veel gezonder en beter voor de ontwikkeling is dan weinig erg grote voedingen.

Combineren van borst en fles

Indien je de volgende tijd borst en fles wilt combineren, dan heb je nog een bijkomende reden om niet te veel melk per fles aan te bieden. Grote flessen ondermijnen namelijk de borstvoeding omdat de baby aan de onnatuurlijk grote hoeveelheden kan wennen. Hij zal dan aan de borst ook zo veel melk en een zo gemakkelijke melkstroom verwachten en alsmaar minder tevreden aan de borst worden.

Baby’s die uit een fles drinken, drinken vaak te veel. Om een verzadigd gevoel te krijgen hebben ze namelijk niet alleen melk in hun buikje nodig. Ze moeten ook voldoende gezogen hebben. Daarom zal een baby aan de fles langer doordrinken dan goed voor hem is. Naar het einde van een voeding toe stroomt de melk uit een fles ook alsmaar gemakkelijker omdat er meer lucht in de fles zit. Aan de borst is dit net andersom. Tegen het einde van de voeding stroomt de melk alsmaar minder hard. De baby kan dus nog een tijdje zuigen maar krijgt geleidelijk aan minder melk voor zijn moeite. Op een bepaald moment heeft de baby genoeg gezogen en genoeg melk in zijn buikje en dus stopt hij met drinken. Als een baby uit de fles drinkt, dan raakt zijn maagje sneller vol dan zijn zuigbehoefte bevredigd wordt. Hij zal dus met een vol buikje nog verder willen drinken omdat hij nog niet voldoende gezogen heeft.

Uiteraard werken maag en darmen niet sneller als een baby een fles krijgt. Wat de baby teveel heeft gedronken, blijft dus een hele tijd in de maag zitten. Het zal langer duren voor de baby opnieuw om een voeding vraagt en ook dan zal hij wéér meer drinken dan nodig. Resultaat: het maagje wordt snel kunstmatig vergroot. De baby gaat alsmaar meer drinken en laat alsmaar grotere afstanden tussen de voedingen omdat maag en darmen de melk niet zo snel kunnen verwerken. Praktisch is dat wel - of zo lijkt het toch. In plaats van de acht tot twaalf voedingen die een baby normaal vraagt, zal hij snel nog maar vijf of zes voedingen vragen. Maar is dit ook gezond?

Diëtisten raden volwassenen vijf eetmomenten per dag aan. In de baarmoeder kreeg je baby constant voeding. Het is dus echt niet logisch dat hij de hele weg van ‘constant’ naar ‘vijf voedingen’ in enkele maanden moet afleggen. Baby’s kunnen beter veel vaker een voeding krijgen. Op die manier wordt hun maagje niet onnodig overbelast en blijft hun suikerspiegel gelijkmatig hoog. Dit is goed voor de ontwikkeling van hun zenuwstelsel.

De natuurlijke maagcapaciteit van baby’s

Weet je wat de natuurlijke maaginhoud van een baby is? Op dag één is dat 7 cc, exact de hoeveelheid colostrum die jij voor hem aanmaakt. Op dag drie bedraagt de maaginhoud van een baby rond 20 cc en op dag tien is het al 40 cc. Daarna stijgt het iets minder snel en je kunt ervan uitgaan dat een baby van drie à vier maanden misschien 80 cc per voeding gaat drinken. Uiteraard zijn er baby’s die ook aan de borst meer drinken dan dit, bijvoorbeeld omdat hun mama een bijzonder grote melkproductie heeft en de melk heel gemakkelijk stroomt. En ook aan de borst kan je een baby op grotere hoeveelheden trainen. Meestal gebeurt dit onbewust en uit bezorgdheid omdat je zeker wil zijn dat de baby niet te weinig drinkt. Het per se twee kanten willen geven, het extra lang aan de borst laten, altijd weer aansporen om nog een paar slokjes te nemen, een boertje laten doen en dan weer aanleggen, de luier verversen en nog eens aanleggen of sussen om de tijd tussen twee voedingen een beetje te rekken – dit draagt allemaal ertoe bij dat ook borstkindjes sneller meer leren drinken dan biologisch voorzien is.

Als je zeker wil zijn dat je baby voldoende aan de borst drinkt, bied hem dan liever iets vaker de borst aan. Stel een voeding niet uit door hem eerst een nieuwe luier te geven voor je hem aanlegt. Pak hem vooral bij de eerste hongersignalen op, dus wanneer zijn mondje af en toe open gaat of wanneer hij lichte zuigbewegingen maakt. Laat hem aan de eerste kant drinken zolang hij wil en bied hem, als hij nog wakker is, de tweede kant aan. Drinkt hij nog aan de tweede borst, dan is het goed. Drinkt hij niet meer aan de tweede borst – ook goed.

Hoe kan je een fles geven zonder te veel voeding te geven?

Probeer de fles zo langzaam mogelijk te geven en biedt je baby achteraf voor een kwartiertje een fopspeen aan indien hij nog zuigbehoefte heeft. Wil je baby een kleine pauze nemen, dan kan je de speen even uit zijn mondje nemen en wachten. Misschien is hij al voldaan, misschien wil hij nog verder drinken. Als de fles goed dicht werd gedraaid en als ze eerder horizontaal gehouden wordt kan de baby het drinkritme zelf beter bepalen. Hij hoeft dan niet tegen een mogelijk te sterke melkstroom te vechten en kan op zijn eigen tempo drinken.

Als je nog enkele maanden borst en fles wilt combineren dan kan het een voordeel zijn als je probeert zo weinig mogelijk zelf de fles te geven. Dit schept wat meer duidelijkheid voor je baby. Als mama er niet is drinkt hij uit de fles, als mama er wel is dan drinkt hij bij haar aan de borst.

Verder kan je de hoeveelheid melk beperken door uit te rekenen wat je baby aan melk werkelijk nodig heeft. Neem zijn gewicht in kilo’s en vermenigvuldig het met 100 tot 150 cc. Zo kom je te weten hoeveel je baby waarschijnlijk op 24 uur drinkt. Voor een jonge baby tot één maand oud reken je ongeveer 150 cc per kilo lichaamsgewicht. Op twee maanden reken je 140 cc en op drie maanden 130 cc per kilo lichaamsgewicht. Geleidelijk aan daalt de hoeveelheid melk per kilo lichaamsgewicht. Tegen de tijd dat je baby zes maanden oud is, drinkt hij waarschijnlijk nog maar 100 tot 110 cc per kilo lichaamsgewicht. Omdat baby’s alsmaar minder hard gaan groeien, hebben ze namelijk in verhouding tot hun gewicht steeds minder melk nodig.

Is je baby bijvoorbeeld vier maanden oud en weegt hij 6,5 kg, dan drinkt hij ongeveer 780 cc per 24 uur. Drinkt hij normaal een tiental keer per dag aan de borst, dan weet je dat hij per voeding gemiddeld een kleine 80 cc drinkt. Natuurlijk kan het gebeuren dat je baby zijn portie op heeft en dat hij ook een tijdje heeft gezogen, maar dat jij de indruk hebt dat hij echt nog meer melk wil. Waarom niet? Iedereen heeft wel eens meer honger dan gewoonlijk. Geef hem gerust nog een kleine portie melk, bijvoorbeeld 20 tot 30 cc. Maar daarom hoef je niet dadelijk elke keer een grotere hoeveelheid voor je baby klaar te maken. Wacht enkele dagen af. Pas wanneer je baby meerdere dagen na elkaar of een week lang duidelijk maakt dat hij met de kleine portie melk niet meer tevreden is, kun je ervan uitgaan dat dit nu wel meestal zo zal zijn en kun je voor een grotere hoeveelheid zorgen.

Als je baby enkele dagen na elkaar niet meer zo lang toekomt met een fles, dus veel sneller weer een voeding vraagt, dan kun je ervan uitgaan dat hij behoefte heeft aan meer melk. Als het om een groeispurt gaat en je geeft voor een groot deel van de dag nog borstvoeding, dan kun je uiteraard gewoon wat vaker aanleggen. Komt je baby echter tijdens de opvang niet meer toe met het gewone aantal flessen, dan kun je ofwel een extra fles geven of meer melk per fles aanbieden. Wat je kiest, hangt een beetje van de omstandigheden af. Als je baby niet zo veel melkvoedingen per dag neemt, kies je voor de extra fles. De hoeveelheid melk per fles verander je niet. Bij een baby die normaal gezien al vele kleine voedingen krijgt, kun je er wellicht beter voor kiezen om per voeding een beetje meer melk aan te bieden.

Indien je baby uitsluitend uit de fles drinkt en dus niet (meer) aangelegd wordt, dan kan je de hoeveelheid melk per voeding verhogen als je baby regelmatig meer dan acht of negen flessen per 24 uur vraagt. Is hij al ouder dan vier maanden dan kun je beter niet minder dan zeven voedingen per dag geven. Zo blijft het gezond voor je baby en zal hij geen te grote hoeveelheden leren drinken.

Als je kunstvoeding geeft die je zelf van water en melkpoeder bereidt, houd er dan rekening mee dat de hoeveelheid melk, waarover het in dit artikel gaat, altijd de klaargemaakte melk betreft en niet de hoeveelheid water die je als basis gebruikt. Als je bijvoorbeeld 150 cc melk wilt geven, dan gebruik je 135 cc water. De 4½ schepjes melkpoeder maken er 150 cc kunstvoeding ervan. Geef je moedermelk met de fles of kant-en-klare kunstvoeding dan hoef je uiteraard hiermee geen rekening te houden.

Tussen 6 en 12 maanden

Tussen zes en twaalf maanden wordt het moeilijker om te bepalen hoeveel je baby nog aan melk nodig heeft. De vaste voeding begint immers meer en meer een rol te spelen. Melk blijft natuurlijk de voornaamste energieleverancier. Sommige baby’s hebben nog veel melk nodig, andere baby’s beginnen geleidelijk aan ook uit de vaste voeding energie te halen. Er zullen baby’s zijn die op tien maanden nog bijna een liter melk per dag drinken, anderen hebben nog maar een halve liter per dag nodig. De hoeveelheid per kilo lichaamsgewicht wordt niet meer alleen door de tragere groei beïnvloed. De hoeveelheid hangt ook van de rijpheid van het spijsverteringsstelsel van je baby af. Je kunt tussen zes en twaalf maand 50 tot 100 cc per kg rekenen, maar het is heel belangrijk dat je naar je baby kijkt. Als hij met de hoeveelheid die je geeft tevreden is en rond dezelfde tijd als normaal een volgende voeding vraagt, dan zit je goed. Lijkt hij ontevreden of vraagt hij heel snel om de volgende voeding, dan heeft hij waarschijnlijk meer melk nodig. Geeft hij na de fles melk terug of vraagt hij pas veel later dan normaal om de volgende voeding, dan heeft hij te veel gedronken en kun je hem voortaan beter minder melk in de fles aanbieden. Kijk ook naar zijn luiers. Zijn ze even zwaar of even nat dan zit je goed, zijn ze sterk veranderd dan kun je de hoeveelheid melk in de fles beter aanpassen.

 

Andere indicatoren

Twee andere belangrijke indicatoren zijn de nachtvoedingen en de gewichtsevolutie. Volgt je baby zijn curve op de groeicurven van de WHO redelijk en vraagt hij niet plots veel meer nachtvoedingen, dan drinkt hij overdag de juiste hoeveelheid melk. Komt hij ’s nachts heel vaak om een voeding of volgt hij zijn curve niet meer zo goed, dan kun je de hoeveelheid melk overdag beter aanpassen.

Bestaat de ideale fles?

Spijtig genoeg bestaat ze niet. Het zou moeders erg veel helpen als er een andere soort flessen op de markt zou komen. Flessen waar een baby veel meer moeite moet doen en waar het ook tegen het einde van de voeding moeilijker wordt in plaats van gemakkelijker. Uit een dergelijke fles zou een baby waarschijnlijk niet meer drinken dan goed voor hem is. Maar ja, wie zou die fles wel moeten uitvinden? De firma’s die nu flessen produceren profiteren eigenlijk ervan dat baby’s vaak te veel uit de fles drinken en daardoor per dag maar weinig voedingen nemen. Juist dit maakt het geven van flessen zo attractief in een tijd waar moeders en opvang vaak handen tekort komen. Enkele firma’s doen de laatste tijd wel moeite om een betere fles op de markt te brengen. Maar zoals altijd kan je niet alle reclamebeloftes van een product geloven. Het beste systeem is waarschijnlijk een fles met een voorgevormd plastiek inzetzakje. Deze flessen hebben geen bodem waardoor men het zakje - naarmate de baby meer gedronken heeft – samen kan duwen. Er kot dus helemaal geen lucht bij de melk en daardoor wordt het drinken tegen het einde van de voeding niet gemakkelijker.

Vergelijk niet met de hoeveelheden van andere baby’s

Als een baby al een hele tijd veel te grote porties melk of vaste voeding voorgeschoteld krijgt, dan kan het gebeuren dat hij avontuurlijke hoeveelheden binnen speelt. Soms gaat het om flessen van 340 cc of groentepap van 350 g. Weet je trouwens wat de natuurlijke maaginhoud van een volwassene is? Rond 500 cc! Beeld je in wat een baby die op zes maand al zo grote hoeveelheden aankan straks als tiener of als volwassene zal willen eten? Denk je dat hij met natuurlijke porties tevreden zal zijn? Waarschijnlijk niet. Hij heeft immers sinds zijn geboorte het signaal gekregen ‘ik ben pas voldaan wanneer ik propvol zit’.

Nu zal je misschien zeggen, ‘hey, ik kan veel meer eten dan maar 500 cc’. Ja hoor, daarmee ben je zeker niet de enige. De meeste mensen ‘oefenen’ het eten van grote porties immers al hun heel leven lang. Probeer nu eens de dubbele hoeveelheid te eten of te drinken. Neem een liter melk of een liter sinaasappelsap. Voel je je na zo een hoeveelheid nog lekker in je vel? Waarschijnlijk niet, maar als je dit nu vijf keer per dag gaat doen, dan zal het over enkele weken niet meer zo onaangenaam zijn. Je zult eraan wennen en vanaf dan altijd veel meer sap of melk willen drinken dan goed voor je is.

Wees dus niet ongerust als je baby maar 80 cc uit de fles drinkt. Kijk niet jaloers naar de baby van je vriendin, die een veel grotere hoeveelheid drinkt en die na zijn fles ook veel langer slaapt. Jouw baby weet wat goed voor hem is. Daarmee leg je het fundament voor een gezonde visie op voeding voor je kind. Hij zal waarschijnlijk de rest van zijn leven weten wanneer hij voldoende gegeten heeft. Dit is geen garantie op levenslang gezonde voedingsgewoonten, maar het is een heel goed begin.


© 2006 - 2012 Christine Van Den Broecke-Schneider

Steun LLL Vlaanderen vandaag nog met een gift

Kom in actie!

LLL is een vrijwilligersorganisatie en zet zich in voor moeders die borstvoeding (willen) geven, zodat ze de steun krijgen die ze verdienen.
Ook jij kan daaraan meewerken door donateur te worden.
De kleinste gift is ook welkom op rekeningnummer
406-6060491-38.