Reflux en overgeven

Baby’s hebben altijd al melk terug gegeven en baby’s die dit heel vaak deden die noemde men vroeger gewoon ‘spugertjes’. Vandaag hebben we een Latijns woord voor het terug geven van melk, namelijk reflux. En ja, zoals het vaak met Latijnse woorden is gebruiken we het niet altijd juist. Daarom wil ik eerst eens vertellen wat reflux is. Reflux betekent namelijk níét het overgeven van melk. Reflux betekent ‘terugstromen’ en bij de gastro-oesofageale reflux gaat het om het terugstromen van de maaginhoud naar de slokdarm. Terug geven kan een gevolg hiervan zijn, maar op zich betekent reflux dus niet dat melk overgegeven wordt, maar uitsluitend het terugstromen van de maaginhoud naar de slokdarm. Gastro-oesofageale reflux kan namelijk ook voorkomen zonder dat de baby overgeeft. Heel vaak hoor je hiervoor de term ‘verborgen reflux’, maar eigenlijk is deze term dus fout. Het gaat dan alleen om reflux zonder teruggeven en niet om reflux met terug geven van melk. Om het niet al te moeilijk te maken zal ik in het vervolg het woord gastro-oesofageale weg laten en het dus alleen over reflux en teruggeven hebben.

Op zich is het voor een moeder natuurlijk niet aangenaam wanneer ze ziet dat haar baby melk terug geeft. Instinctief willen moeders hun kinderen voeden en als dit niet lukt omdat de melk niet binnen blijft dan is een moeder snel erg bezorgd. Het ziet er natuurlijk ook altijd ontzettend veel uit, wat daar uit dat kleine mondje komt. Soms krijg je de indruk alsof de hele voeding terug is gekomen. Gelukkig klopt dit meestal niet en gaat het maar om een paar slokjes. Ben je erg onzeker over de hoeveelheid die je baby terug geeft, dan kan je misschien eens het vergelijk maken. Meet eens 50 cc melk af en giet dit over je keukenaanrecht. Dit geeft een behoorlijke plas. Waarom 50 cc? Omdat dit de maaginhoud van een baby van 2 tot 3 weken oud is. Waarschijnlijk heeft je baby veel minder overgegeven. Was het echter wel zo veel, dan was dit inderdaad bijna een hele voeding. Gebeurt dit maar een enkele keer, dan is dit niet erg. Je baby zal straks de schade weer inhalen.

De reden voor reflux en teruggeven zijn uiteenlopend. Heel vaak gaat het om lucht die de baby met de melk heeft ingeslikt. Misschien heeft mama een sterke toeschietreflex en kan de baby de sterke melkstroom niet verwerken. Als je ziet dat je baby zich verslikt, dan kan je hem misschien even van de borst nemen en de sterkste melkstroom laten weglopen om hem daarna weer aan te leggen. Ga ook nog eens na of je baby goed aangelegd is. Heeft je baby na de voeding vaak last van boertjes en komt daarmee altijd een beetje melk terug, dan kan je hem misschien eens tijdens de voeding een boertje laten doen, bijvoorbeeld bij het wisselen van borst.

Aan de borst drinken is ontzettend leuk en rustgevend voor je baby. Sommige kleine genieters blijven daarom iets te lang aan de borst en krijgen een beetje te veel melk binnen. Wat er teveel in het buikje zit, dat komt vaak weer eruit. Op zich is dit geen probleem. Het gaat meestal maar om een paar slokjes en je baby zal zich achteraf beter voelen. Soms voel je als moeder aan dat je baby vooral troost en rust aan de borst zoekt en dan kan je hem misschien de meest lege borst aanbieden. Dat is de borst waarmee hij de laatste voeding is begonnen.

Als je baby geen last van het terug geven heeft, als hij verder vrolijk is, zich goed ontwikkelt en zijn plasluiers goed nat zijn, dan hoef je niet bezorgd te zijn. Dan is het overgeven vooral een wasprobleem en eigenlijk geen medisch probleem.

Maar soms is het ernstiger. Soms heeft een baby duidelijk last na de voeding. Omdat de melk samen met maagzuur zo vaak in zijn slokdarm terug stroomt, heeft hij misschien pijn. Sommige baby’s overstrekken zich na de voeding, ze wenen en ze zijn moeilijk te troosten. De ene baby geeft vaak over, de andere doet dit niet, maar je kunt misschien zien dat hij heel vaak slikt na de voeding. Een baby kan zelfs moeilijkheden met de ademhaling krijgen. Hoe langer de situatie aan de gang is, hoe sterker de slokdarm aangetast kan zijn en hoe pijnlijker het voor de baby allemaal kan worden.

Sommige baby’s willen ontzettend vaak drinken. Moedermelk is namelijk niet irriterend en ze verzacht de pijn in de slokdarm. Drinken aan de borst werkt algemeen rustgevend en pijstillend. Daarnaast wordt daardoor speeksel geproduceerd dat het maagzuur neutraliseert en de maag wordt ertoe aangezet om het voedsel sneller aan de darmen af te geven. Op zich is dit dus allemaal heel goed, maar het kan ook eens te veel worden. Het frequente drinken kan de melkproductie van de moeder soms te sterk stimuleren. De baby zal dan bij elke drinkbeurt veel melk binnen krijgen wat het reflux probleem nog groter kan maken - een vicieuze cirkel dus. Het troosten met de meest lege borst kan hier een oplossing bieden. Eventueel kan je de baby voor een periode van 3 uur altijd dezelfde borst aan bieden om daarna de volgende 3 uur met de andere kant te voeden. Op die manier krijgt je baby geen grote hoeveelheden melk binnen ook al vraagt hij heel vaak om de borst. Normaal is het geven van een fopspeen geen goede idee. Maar bij een baby die erg veel wil zuigen omdat hij pijn heeft kan een fopspeen - met mate gebruikt - soms verlichting brengen.

Normaal drinken baby’s best vaak een kleine portie melk. Voor een baby die veel last heeft van overgeven of van reflux is het dubbel belangrijk dat hij niet te veel voeding in ene keer binnen krijgt. Baby’s maagje is namelijk nog klein en op die manier wordt het niet overbelast. Laat je dus niet wijsmaken, dat je minder vaak moet voeden omdat het maagje van je baby rust nodig heeft. Het tegendeel is waar. Voed je namelijk minder vaak, dan zal je baby per voeding veel meer melk moeten drinken en juist dit zal zijn maagje overbelasten.

Maar er zijn ook uitzonderingen. Sommige baby’s kiezen er juist voor om niet vaak te drinken. Zij nemen liever maar af en toe een erg grote maaltijd, geven daarna wel een beetje over, maar hebben voor de rest minder last. Probeer je als mama dan in te grijpen en vaker te voeden, dan zal het reflux probleem bij deze baby’s juist erger worden. Niet echt logisch, maar wel iets wat bij sommige baby’s voorkomt. Het gaat hierbij wel om een heel kleine minderheid van de baby’s, dus algemeen kan je stellen dat vaak een beetje melk veel beter is voor baby’s met reflux.

De meeste baby’s willen het liefst rechtop gedragen worden. Voor een baby die last heeft van reflux of overgeven is dit extra belangrijk. In landen waar baby’s de hele dag rechtop gedragen worden is reflux bijna onbekend. Een goede draagdoek kan je hierbij helpen. Als dragen voor jou geen optie is, dan kun je je best een babyzitje aanschaffen waarin de baby goed ondersteund wat meer rechtop kan zitten. Ook ’s nachts kun je ervoor zorgen dat de baby niet volledig plat ligt. Als hij heel dicht bij jou slaapt, dan kan zijn hoofdje misschien op je bovenarm rusten. Ligt je baby in een eigen bedje dan kun je zijn matras aan het hoofdeinde verhogen, liefst met een hoek van 45º tot 60º. De baby moet in dat geval op een veilige manier vast gemaakt worden. Slaapsystemen voor baby’s met reflux zijn nogal duur, maar je kunt ze bij sommige ziekteverzekeraars huren. Als je een beetje handig bent kun je ook zelf een veilig systeem voor je baby naaien. Op het internet zijn diverse links te vinden. Ook over de verschillende soorten draagdoeken kun je op het internet meer informatie vinden. De meeste baby’s die de hele dag rechtop gedragen worden, kunnen het liggen ’s nachts wel aan. Ook tijdens het voeden kan je de baby beter een beetje rechtop houden.

Als een baby daarentegen veel op de rug ligt kan de maaginhoud gemakkelijk terug in de slokdarm stromen en daar pijn veroorzaken. Anatomisch zijn baby’s niet voorzien op constant plat liggen. Een van de voornaamste oorzaken van reflux is dus het vele plat liggen van baby’s. Stel je vast dat je baby niet graag in zijn bedje ligt en dat hij daarin vaak begint te wenen, dan kan reflux hiervoor verantwoordelijk zijn. Automatisch zal je zo een ongelukkige baby uit zijn bedje willen halen om hem te troosten. Veel rechtop dragen zal ervoor zorgen dat de situatie niet uit de hand loopt en dat de reflux geen groot probleem wordt.

Een andere oorzaak van reflux kan een voedselovergevoeligheid of allergie zijn. Je kunt een diëtist raadplegen om hierover uitsluitsel te krijgen. Bij reflux denkt men vooral aan een overgevoeligheid tegen koemelkeiwitten, soja, ei of tarwe. Als mama een of meerdere van deze dingen tijdelijk uit haar voeding schrapt is het reflux probleem van de baby misschien opgelost. Het is geen goed idee op eigen houtje op dieet te gaan. Een bezoek bij een diëtist is dus echt wel een aanrader. Hij kan je helpen de eventuele boosdoener te vinden en hij kan ervoor zorgen, dat je voeding evenwichtig blijft als je een of meerdere voedingsmiddelen moet weglaten.

Soms kan een ongewone positie in de baarmoeder of een letsel tijdens de bevalling voor reflux verantwoordelijk zijn. Een behandeling door een osteopaat of gespecialiseerde kinesist kan dit probleem misschien verhelpen.

Maar wat als rechtop dragen niet voldoende helpt of niet mogelijk is? Wat als een dieet van de moeder geen verbetering brengt en ook een osteopaat of een manuele therapeut niet kunnen helpen? In dit geval laat je de baby grondig door je arts onderzoeken. Pas na een uitgebreid onderzoek zal je arts kunnen vaststellen of er sprake van reflux is en eventueel een behandeling voorstellen. Als de slokdarm van je baby erg aangetast of ontstoken is zal je arts misschien medicatie voorschrijven. Medicatie tegen reflux kan je in 4 grote groepen indelen. Sommige medicamenten zorgen ervoor dat de maaginhoud sneller naar de darmen getransporteerd wordt. Enkele van deze middelen werken onvoldoende bij baby’s, andere hebben wel een goede werking, maar onderzoek heeft aangetoond, dat ze gevaarlijke nevenwerkingen hebben. Men heeft ze daarom uit de handel genomen of ze worden bijna niet meer voor baby’s voorgeschreven. De tweede groep medicamenten zorgt ervoor dat het maagzuur geneutraliseerd of gebonden wordt. Spijtig genoeg zijn vele van deze medicamenten ook niet geschikt voor baby’s en kleine kinderen omdat ze aluminium bevatten in de vorm van aluminiumhydroxide, aluminiumsulfaat, aluminiumoxide, algeldraat of magaldrat. Volwassenen kunnen aluminium goed uitscheiden, maar bij baby’s en kleine kinderen wordt veel ervan door de darmen opgenomen en irreversibel in het lichaam opgeslagen. Daarnaast kan aluminium voor verstopping en krampen zorgen. Sommige middelen combineren het neutraliseren of binden van het maagzuur ook met een beschermlaagje dat over de geïrriteerde slokdarm gelegd wordt. Ook deze medicatie bevat vaak aluminium en als dit het geval is, dan mag ze niet aan baby’s en kleine kinderen gegeven worden. De vierde groep van medicamenten remt de productie van maagzuur. Spijtig genoeg hebben ook deze medicamenten nevenwerkingen. Onderzoek heeft bijvoorbeeld aangetoond dat zij mogelijk de opname van vitamine B 12 remmen. Alle medicamenten die invloed op de werking van de maag hebben kunnen voor krampen zorgen omdat het voedsel minder bewerkt in de darmen terecht komt.

Men kan dus stellen, dat medicatie tegen reflux bij baby’s zonder ongewenste nevenwerkingen niet bestaat, maar dat de medicijnen uit de laatste groep de voorkeur hebben. Vooraanstaande kinderartsen in binnen- en buitenland zijn van mening dat reflux sterk overgediagnosticeerd wordt en dat alleen uitgebreid onderzoek uitsluitstel kan brengen. Een behandeling met medicatie is alleen aan te raden als de baby ernstige reflux heeft met een sterk aangetaste slokdarm. Verder wordt door deze specialisten ten stelligste afgeraden om baby’s met medicatie te behandelen die aluminium bevat. Het lijkt verstandig niet langer dan absoluut noodzakelijk te behandelen en de medicatie zo snel mogelijk weer af te bouwen eens de toestand van de baby beter is. Om te voorkomen dat de baby opnieuw last van zijn slokdarm krijgt kan je de andere tips toepassen zoals overdag vooral rechthouden, een verhoogd hoofdeinde van het bedje voor ’s nachts en het geven van frequente kleine voedingen.

In heel zeldzame gevallen is een vernauwing van de doorgang van de maag naar de darmen of een andere obstructie in het verteringsstelsel voor de reflux verantwoordelijk. Vaak gaat het dan om projectielbraken dat alsmaar frequenter voorkomt of kan de baby tijdelijk helemaal geen voeding binnen houden. Uiteindelijk zal een baby die hiervan last heeft niet meer voldoende groeien en misschien zelfs uitdrogingsverschijnselen vertonen. Stel je vast dat het overgeven van je baby alsmaar erger wordt, dan raadpleeg je zo snel mogelijk je arts. Hij zal de nodige actie ondernemen en je eventueel naar een specialist doorverwijzen.

Soms zal je de raad krijgen de voeding van je baby in te dikken. Ook vroegtijdig met vaste voeding beginnen wordt soms voorgesteld bij een baby met reflux. Men veronderstelt valselijk, dat iets wat dikkere voeding minder gemakkelijk in de slokdarm terug kan stromen dan melk. Eigenlijk is dit geen goed idee. Borstvoeding laat zich niet zomaar indikken en extra dikke melk blijft langer in de maag omdat ze minder goed verteerbaar is. Het indikken van melk of het bijvoeden van sterk verdikte melk zou de reflux zelfs kunnen bevorderen. Sommige baby’s geven minder over als ze dikkere voeding krijgen, maar dit betekent eigenlijk niet dat ze minder reflux hebben. Je kunt daarmee dus misschien je wasmachine een beetje ontlasten, maar de slokdarm van je baby krijgt nog altijd evenveel of misschien zelfs meer te verduren.

Omdat ingedikte melk langer in de maag verblijft, bestaat daarnaast ook de kans dat de baby niet meer voldoende melk en daarmee dus niet meer voldoende voedingstoffen binnen krijgt. Vaste voeding kan een baby van onder de 6 maand helemaal nog niet goed verteren. Vooral is het terug geven van andere voedingsmiddelen dan moedermelk voor een baby veel onaangenamer, pijnlijker en zelfs gevaarlijker.

Reflux en het teruggeven van melk is een tijdelijk probleem. Het kan je de eerste maanden met je baby erg zwaar maken, maar het goede nieuws is dat het over gaat. Het verteringstelsel, vooral de spieren rond slokdarm en maag zullen zich alsmaar beter ontwikkelen. Straks kan je baby zelfstandig zitten en zo zelf ervoor zorgen, dat hij niet te vaak plat ligt. Misschien zal je kleine schat nog een hele tijd af en toe overgeven, maar zo veel last als in de eerste tijd zal hij hiervan dan niet meer hebben.

© 2006 - 2009 Christine Van Den Broecke-Schneider

Steun LLL Vlaanderen vandaag nog met een gift

Kom in actie!

LLL is een vrijwilligersorganisatie en zet zich in voor moeders die borstvoeding (willen) geven, zodat ze de steun krijgen die ze verdienen.
Ook jij kan daaraan meewerken door donateur te worden.
De kleinste gift is ook welkom op rekeningnummer
406-6060491-38.