Bij een heel goede melkproductie de eerste tijd na de geboorte en een gemakkelijke melkstroom, gebeurt het soms dat baby's erg veel melk per voeding drinken. Daardoor wachten ze te lang voor ze een volgende keer aan de borst willen. Vele mensen vinden dit geweldig positief en feliciteren de mama met haar ‘brave’ baby. Maar is dit wel zo een goede situatie?

We zijn het niet gewend in onze maatschappij, maar de meeste baby’s hebben de eerste vijf maanden per 24 uur minstens acht tot twaalf voedingen nodig. Acht voedingen kun je als het minimum beschouwen waarmee maar een deel van de baby’s zal toekomen. De meeste baby’s zullen vaker willen drinken. Als een baby minder vaak drinkt dan is de kans groot dat de melkproductie terugloopt en dat hij niet meer voldoende melk binnen krijgt. Soms blijft de melkproductie een hele tijd uitstekend, maar moeders die de eerste tijd niet zo vaak voeden, geraken later gemakkelijk in de problemen met de productie. Misschien hoorde je reeds vertellen over moeders die rond drie of vier maanden in een serieuze dip met hun melkproductie geraakt zijn en daardoor - eerder dan ze het van plan waren - op kunstvoeding zijn overgestapt. De oorzaak hiervan is dan vaak te vinden in het weinig frequent voeden tijdens de eerste weken.

De eerste weken bepaal je de toekomstige productiecapaciteit.

De melkproductie wordt door het hormoon prolactine gestuurd. Het prolactinegehalte in je bloed blijft niet altijd op hetzelfde niveau. Ongeveer 30 tot 45 minuten na het begin van een voeding heb je een piek. Na zo een piek daalt het prolactinegehalte in je bloed om dan rond drie uur na het begin van de laatste voeding een basisniveau te bereiken, tenzij je natuurlijk eerder weer een voeding geeft. Volgen de voedingen elkaar snel op, dan heeft je prolactinespiegel geen tijd om sterk te dalen. Een hoog basisniveau van prolactine, met daarbij nog de pieken aan het einde van de voedingen, heeft een positieve invloed op de toekomstige melkproductie. Daardoor ontwikkelen zich een groot aantal prolactinereceptoren om nu en in de maanden die nog gaan komen voor de melkproductie garant te staan.

Lange tijd tussen de voedingen kan voor gespannen borsten en stuwing zorgen. Als je baby vele uren niet bij je drinkt, bijvoorbeeld ’s nachts, dan kan de stuwing behoorlijk pijnlijk worden. In de eerste dagen is stuwing niet ongewoon, maar eens je een paar weken verder bent, kan dit een heel negatief effect op je melkproductie hebben. Telkens als je borsten overvol zijn, krijgen ze namelijk het signaal dat ze te veel melk produceren. Sommige mensen denken dat de productie zich wel zal aanpassen en de borsten zullen wennen aan de lange pauzen ’s nachts, maar dit klopt niet helemaal. Uiteraard zal de productie zich aanpassen aan een baby die ’s nachts wat langer slaapt, maar eigenlijk is dit pas aan de orde als de baby iets ouder is. Vanaf vier of vijf maanden wordt de melkproductie veel flexibeler en is een langere pauze ’s nachts geen probleem meer. Als je baby dan eens wat langer slaapt, zal je niet zo gemakkelijk last van stuwing krijgen. Toch heb je voldoende melk voor hem wanneer hij de volgende keer wil drinken. Het is natuurlijk bij elke vrouw een beetje anders. De ene zal sneller een langere pauze tussen de voedingen aankunnen en de andere pas wat later. Je kunt dus best naar je lichaam luisteren. Omdat stuwing zo een negatief effect op de melkproductie heeft, kun je bij stuwing beter snel je baby aanleggen zodat hij je borsten leeg kan maken. Voeden op vraag kan dus ook op vraag van jouw lichaam, niet alleen op vraag van de baby. Eigenlijk is het net goed dat je borsten je alarmeren dat het tijd is voor een voeding als je baby eens te lang wacht met drinken. Het is een extra middeltje van je lichaam dat er mee voor zorgt dat je baby voldoende drinkt en dat jouw melkproductie stabiel blijft.

Bij sommige vrouwen hebben de borsten een grote opslagcapaciteit. Zij kunnen ook in de eerste weken na de bevalling lange pauzen tussen de voedingen laten zonder stuwing te krijgen. Omdat ze niet vaak, of zelfs bijna nooit, last van stuwing hebben is er minder risico voor hun productie. Waarom het ook voor hun baby’s beter is om wat frequenter te drinken, kun je verder in dit artikel lezen, wanneer het aantal voedingen vanuit het oogpunt van de baby besproken wordt.

Het hele systeem van melkproductie gaat in de volgende maanden veranderen. Kort na de geboorte wordt de melkproductie via de hersenen gestuurd en wordt ook tussen de voedingen behoorlijk veel melk aangemaakt. Je baby hoeft misschien niet veel moeite te doen om aan de melk te geraken die al voor hem klaarstaat. Bij moeders met een heel goede productie en een gemakkelijke melkstroom kan het zelfs gebeuren dat hij geen goede drinktechniek ontwikkelt, omdat het allemaal zonder moeite gaat. Later, wanneer de melkproductie meer lokaal in de borsten zelf gestuurd wordt, dan zal tussen de voedingen niet meer zo veel melk aangemaakt worden. De baby zorgt dan vooral tijdens het drinken voor de productie. De overgang van de via de hersenen gestuurde melkproductie (endocriene fase) naar de lokale productie in je borsten (autocriene fase) verloopt op zich geleidelijk. Toch merken vele vrouwen die de eerste dagen en weken na de geboorte niet zo vaak gevoed hebben, rond vier maanden – soms ook iets vroeger of later - een eerder plotse verandering op.

Sommige baby’s die het gewend zijn dat er onmiddellijk bij het aanhappen veel melk beschikbaar is, kunnen gefrustreerd geraken als ze dan meer moeite moeten gaan doen. Ze begrijpen niet wat er aan de hand is en niet alle baby’s zijn in staat om hun drinktechniek aan te passen. Soms lukt het om toch nog verder te voeden, maar het vraagt meestal grote inspanningen van de baby en natuurlijk ook van de mama. De maanden daarna zal het misschien altijd weer een beetje vechten zijn voor de melkproductie.

Als je nu niet van plan bent om veel langer dan tot vier of vijf maand borstvoeding te geven, dan hoef je je van dit verhaal natuurlijk niets aan te trekken. Eigenlijk heb je dan zelfs een klein voordeel. Het stopzetten van de melkproductie zal rond de vier of vijf maanden misschien erg makkelijk kunnen verlopen.

Wat betekenen weinig voedingen voor de baby?

Voor een jonge baby zijn weinig voedingen eigenlijk niet zo gezond en het is ook niet zo goed voor zijn ontwikkeling. Diëtisten raden voor een volwassene minstens vijf eetmomenten per dag aan. Een baby heeft uiteraard vaker een voeding nodig dan een volwassene. Acht voedingen per dag is het minimum voor een baby en voor een pasgeboren baby mogen het er gerust veel meer zijn. Frequent voeden is enerzijds van belang voor de bloedsuikerspiegel van de baby en anderzijds voor het eetgedrag van het kind in zijn latere leven. Als een mens namelijk al vanaf de babytijd leert om lange tijd tussen de voedingen te laten, maar dan telkens heel grote porties neemt, dan zal hij dit overvolle gevoel mogelijk ook later als tiener en volwassene zoeken. Hij gaat misschien ook dan voor overgrote porties kiezen.

Het eerste wat een baby van de melk verteert, is de suiker. Eens de suiker op is, begint de suikerspiegel in het bloed te dalen. Heeft een baby een normale portie melk gedronken, dan zal op dit moment de meeste melk ook al uit het maagje weg zijn, dus de baby zal hongerig worden en om een voeding vragen. Daardoor krijgt zijn suikerspiegel geen kans om sterk te dalen. Heeft een baby echter een overgrote portie melk gedronken, dan is de suiker al verbruikt, maar er zit wel nog veel melk in het buikje, dus zal de baby niet hongerig worden en geen voeding vragen. De suikerspiegel zal dus sterker dalen. Dit is niet goed voor de ontwikkeling van het zenuwstelsel en het kan bij heel jonge baby’s zelfs gevaarlijk worden.

Rustige baby’s

Baby’s die niet vaak om een voeding vragen, kunnen beter geen fopspeen krijgen. Een fopspeen kan de voedingen uitstellen omdat het de zuigbehoefte van de baby bevredigt. Als je een fopspeen gebruikt, doe dit dan liefst niet te vaak en niet te lang, misschien alleen heel kort na een voeding als je baby daarmee gemakkelijker in slaap kan vallen. Ook inbakeren is geen goed idee bij baby’s die maar weinig voedingen nemen. Een ingebakerde baby kan niet goed signalen uit zijn omgeving ontvangen en hij heeft zelf ook moeite met signalen geven. Daardoor is het mogelijk dat hij gedurende een lange periode nooit voldoende wakker wordt, dat hij telkens weer in diepe slaap valt en dat hij op die manier één of zelfs meer voedingen overslaat.

Je hebt ook van nature rustige baby’s die zonder grote porties melk te drinken en zonder fopspeen heel lange tijd tussen de voedingen laten. Eigenlijk hebben ook deze baby’s vaker een voeding nodig, maar het lukt hen niet om dit tijdig duidelijk te maken. Zij horen tot de groep kindjes die heel veel stimulans van hun moeder nodig hebben. Zonder mama’s geur, haar geluiden, haar beweging en haar ademhaling worden ze niet voldoende wakker. Ze worden misschien wel eventjes een beetje wakker maar zonder de nabijheid van mama sukkelen ze snel weer in diepe slaap. Een afstand van enkele meters tussen moeder en baby kan voor sommige baby’s al te veel zijn. Zo een rustige baby slaapt daarom beter heel dicht bij zijn mama zodat hij genoeg stimulans krijgt. Overdag kan de baby misschien bij mama in de draagdoek. Op die manier zal hij voldoende gestimuleerd worden om vaak genoeg te drinken.

Als je gewend bent om niet vaak te voeden, dan is het natuurlijk niet vanzelfsprekend om dit patroon te doorbreken. Indien je baby heel weinig voedingen neemt en er twijfels over zijn drinktechniek zijn kun je overwegen om voor de eerste voeding 's morgens, je borsten leeg te kolven. Op die manier leert je baby dat hij aan de borst wat moeite moet doen. Je begint dan de dag niet met een heel erg grote hoeveelheid melk in je borsten en dus zal je baby een normaal grote maaltijd als ontbijt krijgen, die goed is aangepast aan zijn behoeften. Daarmee komt hij uiteraard iets minder lang toe, maar dit is dus net de bedoeling. Minder lange tijd tussen de voedingen, minder volle borsten en minder melk per voeding.

De nachten

Een pasgeboren baby slaapt ’s nachts normaal gezien niet langer dan vier uur. Is hij eens enkele weken oud dan mag een baby gerust vijf of zes uur slapen. Een baby van drie maanden oud slaapt misschien zelfs al zes tot zeven uur. Slaapt jouw baby al veel langer dan kun je de nachten wat inkorten. Je kunt bijvoorbeeld nog een voeding geven voor je zelf gaat slapen. ’s Morgens kun je overwegen om de wekker één of twee uurtjes vroeger te zetten. Neem de baby bij jou in bed, leg hem aan, geniet van het knusse moment en slaap dan gerust samen nog wat verder.

Slaapfasen en wakker maken

Als je baby overdag vaak lange tijd tussen de voeding laat, dus geregeld 2 tot 2,5 uur of langer, dan kun je hem misschien wat eerder voeden. Kijk eens goed naar je baby wanneer hij slaapt. Je zult zien dat de verschillende slaapfasen elkaar afwisselen. Is je baby heel rustig in zijn slaap en beweegt hij niet, dan bevindt hij zich in een fase van diepe slaap. Tijdens de diepe slaap is het moeilijk om een baby wakker te maken en hij zal waarschijnlijk niet willen drinken. Een andere slaapfase is de REM-slaap. De oogjes van je baby bewegen dan onder de oogleden. Nu is je baby aan het dromen. Dit is belangrijk voor hem, dus ook nu maak je hem beter niet wakker. De beste tijd om een baby wakker te maken is onmiddellijk na de REM-slaap. Je baby bevindt zich nu in een fase van lichte slaap en is niet meer intensief aan het dromen. Hij zal in deze lichte slaapfase een beetje bewegen, misschien een geluidje maken, af en toe zijn wenkbrauwen fronsen en het kan zijn dat soms zijn mondje open en dicht gaat. Nu kun je met je duimen de onderkant van zijn voetjes masseren. Dat is een heel efficiënte manier om hem wakker te maken. Zachtjes kriebelen is vaak niet voldoende omdat het zenuwstelsel van baby's nog niet voldoende ontwikkeld is.

Indien het gewicht van je baby goed evolueert, dus als hij op de groeicurven van de WHO min of meer gelijkmatig zijn curve volgt, dan hoef je natuurlijk niet onmiddellijk bezorgd te zijn. Baby’s die met zes of zeven voedingen voldoende groeien, die hoeven niet meteen tien voedingen te krijgen. Maar als je de tips uit dit artikel toepast, dan zal het je waarschijnlijk lukken om op acht of negen voedingen te komen en dit zou positief zijn voor je latere melkproductie en voor de ontwikkeling van je baby. Is je baby eenmaal ouder dan vijf maanden, dan mag het uiteraard weer een voeding minder zijn en dan is wat langer slapen ’s nachts geen probleem. Vijf of zes voedingen is echter in het hele eerste levensjaar geen aanrader en de klok rond slapen zonder voeding is eigenlijk niet de bedoeling bij baby’s. Als het gewicht van je baby niet zo goed evolueert, dan is vaker aanleggen uiteraard heel belangrijk. Enkele bijkomende voedingen kunnen ervoor zorgen dat je baby zijn groeicurve beter kan volgen en je kunt waarschijnlijk snel op de weegschaal het positieve effect van je inspanningen zien.

© 2005-2011, Christine Van Den Broecke-Schneider

Steun LLL Vlaanderen vandaag nog met een gift

Kom in actie!

LLL is een vrijwilligersorganisatie en zet zich in voor moeders die borstvoeding (willen) geven, zodat ze de steun krijgen die ze verdienen.
Ook jij kan daaraan meewerken door donateur te worden.
De kleinste gift is ook welkom op rekeningnummer
406-6060491-38.