Cupfeeding wordt meer en meer toegepast. Er zijn echter ook zorgverleners die terughoudend zijn met het toepassen van deze voedingsmethode, vooral omdat het vaak als een knoeiboel wordt ervaren waarbij men de melkinname moeilijk kan meten.

Belangrijk bij cupfeeding is dat men zich realiseert dat het gaat om een alternatief voor (bij)voeden met de fles bij baby’s die borstvoeding krijgen. De normen voor kunstvoeding zijn derhalve niet van toepassing bij cupfeeding, maar wel die van borstvoeding. Bij cupfeeding drinkt de baby een hoeveelheid die zijn behoefte voor dát voedingsmoment bevredigt. Dat kan, net als bij borstvoeding meer of minder zijn dan de norm voor kunstvoeding voorschrijft. De melkinname wordt bij cupfeeding, veel sterker dan bij flesvoeding, (waarbij baby’s ook lang niet altijd precies volgens voorschrift of verwachting drinken), gecontroleerd door de baby. Dit betekent dat het normaal is als er bij cupfeeding behoefte bestaat aan méér voedingen (voedingsmomenten), met wisselende hoeveelheden moedermelk. Men zal dan ook de totale melkinname per dag (en niet per individuele voeding) moeten bekijken om te beoordelen of de baby genoeg binnen krijgt.

Er is een verschil in drinktechniek bij cupfeeding tussen premature en voldragen baby’s. Prematuren likken met hun tong de voeding uit de cup of het kopje zoals een jong poesje dat doet. Voldragen baby’s slurpen de voeding naar binnen. Daarbij wordt vaak gemorst. Dat is normaal. Volwassenen die niet bekend zijn met deze normale variaties in drinktechniek en de bijbehorende verschijnselen, ervaren daarom deze manier van drinken al snel als een ineffectieve knoeiboel. Dat is jammer, want cupfeeding is voor prematuren en voor voldragen baby’s die tijdelijk worden bijgevoed een goed alternatief als men de borstvoeding in stand wil houden.

Bij prematuren is cupfeeding geschikt als voedingsmethode totdat de baby zelf aan de borst kan drinken. Bij voldragen baby’s is cupfeeding geschikt als methode om bij te voeden en niet als alternatief voor het drinken aan de borst. Om de borstvoeding op gang te brengen en in stand te houden is het belangrijk dat de baby wordt aangelegd, ook als er (tijdelijk) minder melkproductie is.

Als cupje kan een voedingscupje maar ook een ander klein bekertje of glaasje dienen dat geen scherpe rand heeft. Het is handig als het bekertje een beetje doorschijnend is zodat je goed kan zien waar de melkspiegel staat. Het cupje kan tot 2/3 met melk gevuld worden.

Cupfeeding geven

• Cupfeeding geven gaat gemakkelijker op een rustig moment wanneer de baby nog niet al te grote honger heeft.

• Laat de baby rechtop of half rechtop op schoot zitten, omwikkel de armpjes eventueel met een tetradoek of handdoek, zodat deze niet in de weg zitten tijdens het voeden.

• Houd het cupje tegen de lippen van de baby. Kantel het cupje zodanig dat de melk de lippen raakt. Het cupje rust licht op de onderlip en de rand reikt tot helemaal in de mondhoeken van de baby.

• De baby zal vanzelf interesse tonen en zijn mond openen.
- Een premature baby begint de melk te likken met zijn tong.
- Een voldragen of oudere baby slurpt de melk naar binnen en morst daarbij soms flink.

• Giet de melk niet in de mond. Houd het cupje slechts tegen de onderlip, tot in de mondhoeken en laat de baby zélf de melk op zijn éigen manier opdrinken.

• Als de baby genoeg heeft zal hij zijn mond sluiten en niet méér willen nemen. Als hij niet de berekende hoeveelheid heeft gedronken, zal hij de volgende keer wellicht meer drinken. Zo niet dan zal, net als bij borstvoeding geven, vaker gevoed moeten worden.

• Bekijk en beoordeel de melkinname per 24 uur en niet per voeding.

© Borstvoedingorganisatie La Leche League

 

Steun LLL Vlaanderen vandaag nog met een gift

Kom in actie!

LLL is een vrijwilligersorganisatie en zet zich in voor moeders die borstvoeding (willen) geven, zodat ze de steun krijgen die ze verdienen.
Ook jij kan daaraan meewerken door donateur te worden.
De kleinste gift is ook welkom op rekeningnummer
406-6060491-38.