Borstvoeding geven na een borstoperatie is vaak mogelijk. Kennis en informatie, zelfvertrouwen en steun zijn heel belangrijk.

De operatie

Het is belangrijk te weten hoe de operatie precies is uitgevoerd. De gevolgen voor de borstvoeding zijn dan beter in te schatten. Je kunt de chirurg die de operatie heeft uitgevoerd hiernaar vragen. Wanneer er gesneden is rond de tepelhof, zoals bij een verplaatsing van de tepel, is de kans groot dat er melkgangen en zenuwen beschadigd of doorgesneden zijn. De tepel en tepelhof kunnen hierdoor minder gevoelig zijn. Als je baby aan de borst drinkt worden er minder zenuwprikkels naar je hersenen gestuurd, waardoor er minder melk wordt aangemaakt, en de melk minder gemakkelijk toeschiet. Goed en vaak aanleggen, ontspanningsoefeningen of een oxytocine-neusspray kunnen dan helpen.

Stuwing in het kraambed

Als er melkkanalen zijn doorgesneden kun je na de bevalling meer dan normale stuwing hebben, omdat de melk nergens naartoe kan. Dit probleem is van tijdelijke aard. De afgesloten klieren zullen de melkproductie vanzelf staken. Het overtollige vocht wordt weer door je lichaam opgenomen. Koude kompressen en een pijnstiller kunnen verlichting geven.

Biopsie

Heb je in het verleden een biopsie gehad of is er een knobbeltje of cyste verwijderd, dan zul je in de regel weinig problemen hebben met borstvoeding geven. Ook tijdens de borstvoedingperiode hoeft een dergelijke ingreep geen problemen op te leveren voor de borstvoeding.

Borstamputatie

Vrouwen die één borst missen na een amputatie, kunnen ook borstvoeding geven. Met een goed borstvoedingbeleid en een flinke dosis zelfvertrouwen is het goed mogelijk met één borst te voeden. Tenslotte produceren ook moeders van meerlingen voldoende melk.

Borstvergroting

Als je een borstvergrotende operatie hebt gehad kun je gewoon borstvoeding geven. De implantaten in je borsten kunnen wat eerder een gespannen gevoel in je borsten geven of een verstopt melkkanaaltje veroorzaken. Ook loop je een grotere kans op een onvoldoende melkproductie. Je baby goed en vaak aan leggen en zijn groei in de gaten houden,  is dus extra belangrijk.
Vrouwen die siliconen implantaten hebben, lopen het risico dat deze gaan lekken en er siliconen in hun lichaam komen. Er is echter geen bewijs dat de siliconen ook in de moedermelk terecht komen. Een alternatief voor vrouwen die (later) borstvoeding willen geven zijn implantaten gevuld met zout water. Zijn je borsten vergroot door middel van siliconen-injecties (een methode die niet meer wordt toegepast) dan is de kans groot dat het borstklierweefsel aanzienlijk is beschadigd. Dit kan het geven van borstvoeding bemoeilijken.

Borstverkleining

Heb je een borstverkleining gehad dan is de vraag of je borstvoeding kunt geven afhankelijk van hoe de ingreep is verricht, hoe oud je bent, en hoe lang geleden het is gebeurd. Bij een borstverkleining worden melkkanalen en zenuwbanen doorgesneden en melkklieren weggenomen. Hoe meer klierweefsel is weggenomen, hoe kleiner de kans dat er voldoende melk voor je baby is. Is ook de tepel verplaatst, dan is die kans nog kleiner. Is de operatie al lang geleden gebeurd, en ben je ongeveer dertig jaar of jonger, dan bestaat er een kans dat de melkgangen zich hebben hersteld en er borstklierweefsel is bijgegroeid.
Als je een borstverkleinende operatie hebt gehad, is het de moeite waard te proberen borstvoeding te geven. Soms groeit je baby in de eerste weken wel goed omdat je door de verhoogde activiteit van hormonen na de bevalling, toch voldoende melk produceert. Maar wanneer je baby behoefte krijgt aan meer melk, kan het gebeuren dat je borsten niet nog meer melk kunnen maken. Vaak is dit tussen de tweede en zesde week. Bijvoeden wordt dan noodzakelijk. Begeleiding van een lactatiekundige kan wenselijk zijn.

Borstvoedingbeleid

Een goed borstvoedingbeleid houdt in: minstens 8-12 voedingen per etmaal, voldoende plas- en poepluiers, en een gewichtstoename van 180-320 gram per week in de eerste twee maanden. Blijft de groei of het aantal natte en vieze luiers achter, en helpt vaker aanleggen niet om dat te verbeteren, dan is bijvoeding nodig. Als je door wilt gaan met (gedeeltelijk) borstvoeding geven, kun je de bijvoeding geven met een borstvoedinghulpset, een kopje, of een cupfeeder. Als je baby eenmaal een week of vier à zes oud is en goed aan de borst kan drinken, kun je de bijvoeding ook met de fles geven.

Meer informatie

Brochure http://www.lalecheleague.be/online-bestellen/brochures-pdf/borstvoeding-na-een-borstoperatie-1-detail.html

Terug

Steun LLL Vlaanderen vandaag nog met een gift

Kom in actie!

LLL is een vrijwilligersorganisatie en zet zich in voor moeders die borstvoeding (willen) geven, zodat ze de steun krijgen die ze verdienen.
Ook jij kan daaraan meewerken door donateur te worden.
De kleinste gift is ook welkom op rekeningnummer
406-6060491-38.